Press

Naked Wolf // Ahum

“Ein äußerst buntes internationales Catchy-Impro-Quintett hat sich in Form von Naked Wolf assembliert. Nach Eigenangabe unterscheiden sich die musikalischen Backgrounds der partizipierenden MusikerInnen, so wie ihre Herkunft, namentlich Australien, Brasilien, Holland, Österreich und Finnland. Davon ist aber auch auf dem vorliegenden, inzwischen zweiten Album dieses Free-Music-Songwriting-Fünfers kaum etwa zu hören. Vielmehr mutet es an, als hätten sie in ihrem Leben noch nie etwas anderes gemacht, außer mit Leichtfüßigkeit die unvereinbar wirkenden, nahezu komplementär anmutenden Elemente von eingängigen Lied-Schemata pop- und rockkulturellen Ursprungs mit den unzähmbar erscheinenden Intensitätsprotuberanzen von freier Improvisation zu vermengen. Die lassen das hier so leicht klingen, dass man es beim aufmerksamen Durchhören beinahe vergisst, wieviel Erfahrung, Arbeit und Zeit nötig waren, um eine derartig aktive und direkte Form des Instant-Liedtum-Zusammenspiels erst zu ermöglichen. So handelt es sich bei den Beteiligten auch keineswegs um Eintagsfliegen. Vielmehr waren dem gutbestückten Freistilisten die Namen wie Luc Ex, Gerri Jäger, Mikael Szafirowski, Yedo Gibson und Felicity Provan ja bereits aus Projekten wie beispielsweise The Ex, Knalpot oder RIO (Royal Improvisers Orchestra) ein Begriff. Die hohen Erwartungen, die man an musikalische Kaliber dieses Formats durchaus stellen darf, werden auf vorliegendem Räusper (wegen Ahum, get it?) jedenfalls zur Gänze erfüllt – der Rest bleibt Geschmackssache. Mir gefällt’s ausgesprochen gut! Anspielltipps: School Der Poëzie (Groovesau), Sau Sage (wegen Wurst).” (dr. wu/Freistil)

“Voor de liefhebbers van vrije jazz: een album vol improvisaties, open structuren en experimentele liedjes. Vijf muzikanten uit het Amsterdamse improvisatiecircuit, onder wie bassist Luc Ex, bundelen hun krachten op deze plaat met 11 nummers met invloeden uit rock en punk. School der poëzie is een soort dadaïstisch punklied, gebaseerd op een gedicht van Lucebert. Trust don’t Rye voelt aan als grunge, met duistere vocalen van Mikael Szafirowksi. De nummers zitten vol onvoorspelbare riffjes, toch best aanstekelijke grooves en een partij geluiden die sommigen als herrie zullen bestempelen (vandaar de titel Ahum?) maar barsten daarbij ook van avontuur, lef en originaliteit.” Henning Bolte

“De typische hoekige vlechtwerkjes van Captain Beefheart vormen al vele jaren een goed model voor bands uit de avant-rocksector. Ook het Am- sterdamse Naked Wolf tapt regelmatig uit dat vaatje. Maar wat we eigenlijk zelden horen, is een saxofonist die op sopraan vrijwel net zo klinkt als de grote Don Van Vliet: rauw, onbespoten en wars van klassieke techniek. In een aantal stukken is dat precies wat Yedo Gibson doet. Verder vormt hij een prima koppel met trompettiste Felicity Provan, die haar onopgesmukte klank tegen de rauwere aanpak van de Braziliaanse rietblazer zet. Haar zangstem is even lyrisch als haar trompetspel en geeft de groep ook een eigen klank.

‘Ahum’, het tweede album van de groep, wisselt tussen instrumentale stukken, waarin strakke rit- mes en blazersarrangementen worden afgewisseld met vrije passages en vocale nummers met teksten in het Engels, Frans en Nederlands (‘School der poëzie’ van Lucebert, door Provan met haar char- mante Australisch accent gezongen). In vergelijking met het titelloze debuutalbum is toetsenman Ofir Klemperer verdwenen, en daarmee ook de belang- rijkste componist van die eerste plaat. Nu leveren alle bandleden materiaal aan, waardoor variatie ontstaat, maar het eigen gezicht van de groep in- tact blijft. Want als iets duidelijk wordt aan ‘Ahum’ is dat Naked Wolf een echt collectief is, en geen verzameling egotrippende individuen.” Herman te Loo

“Hollandsbaserade Naked Wolf’s fem musiker, har förutom hemlandet rötter i Australien, Brasilien, Österrike och Finland. Här möter rockiga grooves fri improvisation i ett sammanhang som för tanken till Jazz-Rock, när det blev modernt på 70-talet. Snart sextioårige bassisten Luc Ex (egentligen: Luc Klaasen) drar ett tungt lass i det här akustiska fyrverkeriet med snabba växlingar i tempo och i uttryck.Trumpetaren och vokalisten Felicity Provan briljerar i «Ahum» och «Herrie van de Schonenberg». Hon har en dramatisk framtoning och en fraseringen som påminner om Lina Nybergs, när hon sjunger. Det är dramatiskt och effektfullt. Som trumpetare spelar hon en något mindre roll i bandet. Här bjuds på tung-gung i «Trust don’t Rye», men det förbyts snabbt i ett Jimi Hendrix liknande kaos. Desto längre pågår groovet i skivans bästa låt: «Eric Wolfy», där en Mingusliknande brutalitet uppenbarar sig. Rock och fri improvisation en en ganska lyckad förening!” Lars Grip

Met ‘Ahum’ levert Naked Wolf een tweede proeve van bekwaamheid af, die hun bepaald niet misselijke debuut ‘Naked Wolf’ nog eens overtroeft. Vijf sterk op elkaar ingespeelde muzikanten serveren een verslavende mix van compact gehouden free jazz, intrigerende postpunk, weirde swing en poëtisch ingekleurde, pamflettische teksten.

“De plaat opent meteen al ijzersterk met ‘Wugiwoo’, waarop harmonieuze blazers en freaky gitaarwerk prettig contrasteren met een diepe, stevig aangeslagen groove en declamatorische zang. ‘School Der Poëzie’, gebaseerd op een gedicht van Lucebert, doet denken aan de onvolprezen formaties Nasmak en Plus Instruments, door de hoekige swing van de ritmetandem – bassist Luc Ex en drummer Gerri Jäger – en de gitaarriffs van Mikael Szafirowski. Met haar vinnige vocalen steekt trompettiste Felicity Provan Truus de Groot hier naar de kroon. Mooi ook, die lekker nerveuze saxsolo van Yedo Gibson. Szafirowski doet een vocale duit in het zakje in het bezwerende ‘Trust Don’t Rye’. De song trekt zich stuiterend en slepend op gang, met staccato accenten van de blazers, om noisy uitwaaierend te eindigen. ‘Coloured Gold’ palmt je in met poëtische invloeden en wervelend saxspel, waarna de punky inslag van ‘Pied Aérolithe’ met spannende stop-and-go’s de adrinaline weer door je lijf doet gieren. ‘Eric Wolfy’ begint en eindigt met het thema van Charles Mingus’ compositie ‘Fables Of Faubus’. Het is bovendien een leuke woordspeling, want je hoort inderdaad reminiscenties van het eclectische, levendige spel van Eric Dolphy. In praktisch elk nummer komt de verrassing om de hoek kijken door de slimme veelgelaagde arrangementen, hier en daar gelardeerd met een flard melodie. Pakkende bas-en-drum-grooves worden telkens weer anders becommentarieerd door inventieve inkleuringen van sax, trompet en gitaar. Het zorgt ervoor dat ‘Ahum’ een schijfje is om te koesteren, zo eentje waar je telkens weer naar teruggrijpt. Maarten van de Ven

 

 

Naked Wolf // (eponymous)

Written in Music – Henning Bolte

“Het begint met een fraaie treurmars, Umpteenth Funeral March, die gedragen door een stevig lamento-motief gelegenheid te over biedt voor eruptieve overgave. De voortdurende spanning tussen beiden, de wijze hoe deze, hoe daarmee gespeeld wordt, maakt de kracht van de werking uit. Het is een basis-modellen dat enorm goed (uit)werkt hier.”

‘The album begins with a beautiful death march, Umpteenth Funeral March, that carries a heavy, lamenting theme into explosive surrender. The constant tension between the two modalities, the interplay, makes for the strength of the piece. It’s is a approach applied with great success throughout the album.’ (translation M.S.)

 

Draai om je oren – Guy Peters

“Naked Wolf steekt moeiteloos boven het maaiveld van de hedendaagse impro- en jazzbands uit. Deze band heeft grootstedelijke cool én exotische flair, moderne uitspattingen en ouderwetse troeven als meeslepende melodieën en onweerstaanbare ritmes in de aanbieding. Kortom, een band met kleur en karakter die je graag terug wilt horen, op plaat en op een podium. Hopelijk krijgen de muzikanten en luisteraars daar volop de kans voor. ”

 

‘Naked Wolf raises effortlessly over the plane of today’s impro- and jazz bands. This group has a metropolitan cool and an exotic flair, modern bacchanals as well as old-fashioned trump cards like transcending melodies and irresistible rhythms. In short, a band with color and character that you like to hear again with pleasure, on record as well as live.’ (translation M.S.)

 

Salt Peanuts – Jan Granlie

“Og slik fortsetter det. Det humper avgårde på en særdeles sjarmerende måte, og det hele er en fryd for ører som elsker frittgående musikk med mye humor. Og her får du humor i bøtter og spann – hele veien.

Å høre dette bandet på for eksempel Blow Out-festivalen i Oslo, eller Kresten Osgoods festival i København, bør nesten bli et folkekrav. En strålende free jazz session!”

“And so it continues. The record humps on in a particularly charming way, and the whole is a delight for ears that love free-music with lots of humour. And playfulness here you get it in spades – the whole way.

To hear this band for example at the Blow Out festival in Oslo or at Kresten Osgoods festival in Copenhagen, should be on public demand. A brilliant free jazz session!” (translation M.S.)

 

His Voice – Jan Hocek

“Je až nelidské, kolik hudebních jedinečností se vejde do pouhých 5 minut a 47 sekund!”

“It’s unbelievable how many musical singularities can fit in 5 minutes and 47 seconds!”

(translation M.S.)

 

All about jazz – Eyal Hareuveni

” The album’s front sleeve promises a sonic spectacle including “the room shaking with demonic orchestras, the snatches of fearful sleep, the voices outside the window.” The group delivered an infectious, demonic set charged with wild, hypnotic rock energy and clever improvisations with rapid changes in mood and pulse, poetic rap lyrics and danceable tight grooves. This ensemble didn’t rest for a second, bursting with uncompromised joy and playful creativity that highlighted the strong personalities of each musician. There were highly arresting solos by Provan—both as a trumpeter and vocalist, Szafirowski, Gibson and El Zin. ” 

 

Jassepoes.be – Winus

“Getransformeerd naar de hoogtechnologische wereld van vandaag blijkt dit een platwalsend leger met een enorme  , gevaarlijk en onmeedogend zodat ik al meteen van bij het eerste nummer ‘Umpteenth Funeral March’ denk…nee, het uitkrijs :’Genade, ik geef me over !”

“Transformed into the high-tech world of today, this seems like a bulldozing army of enormous mechanical dominance, so ruthless and dangerous that already at the first track ‘Umpteenth funeral march’, I think – no, I cry out: Mercy, I surrender!” (translation M.S.)

 

Jazzflits – Herman Te Loo

“Maar het is niet alleen maar loos gaan geblazen, want toetsen- speler Ofir Klemperer heeft een groot talent voor het schrijven van eigenzinnige liedjes. Die doen denken aan het werk van songwriters als grootmeester Robert Wyatt (‘Kera cahol’) en de excentrieke Braziliaan Tom Zé (‘Pockets’). Daarbij mengt de licht hese zangstem van de componist goed met die van Provan.”

“It is not only about blowing out, however, as the keyboardist Ofir Klemperer has a great talent for wayward songs. It makes you think of the works of the master songwriter Robert Wyatt(‘Kera Karol’) and the eccentric brasilian Tom Zé with ‘Pockets’.  Besides that, his slightly hoarse vocals blend nicely with ones from Provan.”

All the arbitrary translating and selective quoting is the sole responsibility of Naked Wolf. For the whole story follow the links and join the discourse!